1 september Saint-Amand-les-Eaux - Saint Quentin
"San Quentin, I hate every ince of you" zong Johnny Cash voor de gevangenen van San Quentin in de Verenigde Staten. Bij de voorbereiding van de tocht en ook onderweg speelt deze song door je hoofd. Als je langs de rivier voor het eerste de skyline van de stad ziet, heeft stad weinig aanlokkelijks. Veel eentonige flats en als je in de regen aankomt zou je willen doorrijden naar een meer idyllische omgeving. Een afstand van 100 kilometer met veel klimmen maakt dat de energie opraakt en je graag naar een hotel wilt. Dat vonden we in het Ibis hotel. En lekker eten met "een druppel" erbij vonden we in een naastgelegen restaurant.
De hiervoor bezongen haat staat haaks op wat we vandaag hebben ervaren. Veel aardige en behulpzame mensen. In het hotel vanmorgen en vrijwel direct op de route. Een weg ,die te vergelijken is met de N224 of de dr. Dreeslaan in Ede, moesten we oversteken omdat het fietspad aan de andere kant verder ging. Spontaan en zonder enig verbaal of non-verbaal teken van ons stopten automobilisten om ons te laten oversteken. Op een mairie aan de route kregen was het stempel voor onze pelgrimspaspoorten al in de aanslag toen we het gemeentehuis binnenliepen. Veel mensen zwaaiden naar ons en waren ons op verschillende manieren behulpzaam. Net voor Saint Quentin zochten we op de smartphone naar een hotel. Twee vrouwen wezen ons heel vriendelijk de weg.
Zo maar een paar voorbeelden waarbij je, met alle ellende en boosheid, die er vaak is, ziet hoeveel mensen van goede wil zijn. We denken dat dit voor de meeste mensen geldt. Laat het goede het kwade overwinnen!
De eerste opdracht vanmorgen was zo snel mogelijk weer op de camino-route te komen. Daarvoor moesten we ook over kasseien. Wat een ellende is dat. Langs de rand kom je meestal nog wel zonder een ernstige aanslag op je zitvlak en andere lichaamsdelen maar op de kasseien zelf is een grote ramp. Je vraagt je af wat profwielrenners ūberhaupt bezielt om dat te doen. We kozen als het kon dus voor een alternatieve route. Ook al was die om. Bij een apotheek kochten we middelen om het leed door zadelpijn te verzachten.
In Cambrai bij een restaurant met de toepasselijke naam "La liberté" gebruikten we een smakelijke lunch.
's Middags stond er eindelijk een deur van een kerk open. De koster keek ons eerst vorsend aan om te zien wat voor vlees hij in de kuip had.Toen we om een stempel vroegen, veranderde zijn norse in een vriendelijke blik. Hij haastte zich om de stempels te zetten. De kerk was open in verband met een begrafenis die middag. Een vreemd gevoel dat we ons stempel kregen omdat er een begrafenis was. Daarover op de fiets nadenkend is dat toch niet zo vreemd. De pelgrim denkt ook na over wezenlijke dingen in het leven. In de beslommeringen van elke dag is daarvoor vaak minder aandacht. Heel mooi dat kerken en gelovigen het als hun opdracht zien daarbij aanwezig zijn.
Het landschap vinden we prachtig. Wijds, glooiend en tot nadenken stemmend. Soms terugdenkend aan de landbewerking en gewassen in onze jeugd. Hoe gebeurde het werk en welke gewassen werd verbouwd? In deze streek wordt je geconfronteerd met veel oorlogsgraven uit Eerste en Tweede Wereldoorlog. De vrijheid, die we hebben om o.a. de pelgrimstocht te maken is mede door hun offers mogelijk geworden.
Dit alles riep bij ons de herinnering op van het welkom in de Romboutkathedraal in Mechelen waarover we 2 dagen eerder schreven.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Om snel en makkelijk een reactie achter te laten kies je 'Anoniem' als profiel en zet je je naam in het bericht.